Opzeggingstermijn? en wat indien geen opzeggingstermijn maar een opzeggingsvergoeding wordt uitbetaald?
Een bediende die ontslagen wordt heeft meestal recht op een opzeggingstermijn. We spreken hier wel over meestal daar het ook mogelijk is dat de bediende geen recht heeft op een opzeggingstermijn wanneer de oorzaak van het ontslag gelegen is in een ernstige zwaarwichtige tekortkoming die een dringende reden uitmaakt. Tenslotte kan de arbeidsovereenkomst onmiddellijk beëindigd worden en dan zal aan de bediende een opzeggingsvergoeding verschuldigd zijn.
De opzeggingstermijn is onderhavig aan een wettelijk minimum dat bepaald wordt op 3 maanden. Deze 3 maanden worden vermeerderd met 3 maanden per begonnen schijf van 5 jaar anciënniteit. De bediende die een jaarloongrens overschrijdt van 29.927 EUR (per 1 januari 2009) wordt een hoger bediende genoemd. De opzeggingstermijn zal voor dergelijke bedienden bepaald worden door de rechter of via een overeenkomst die pas gesloten mag worden op het ogenblik dat de opzegging gegeven wordt. Indien de begroting van de opzeggingstermijn aan de rechter toevertrouwd wordt dan zal die rekening moeten houden met de elementen: verworven anciënniteit, leeftijd, functie, loon en de omstandigheden eigen aan de zaak. Omdat het niet altijd even evident is om de termijn begroten hebben een aantal rechtgeleerden een formule opgesteld. De meest bekende formule is de formule Claeys. Zij is samengesteld op basis van vonnissen en arresten van arbeidsrechtbanken -en hoven. Bij de bepaling van de opzeggingstermijn wordt ook rekening gehouden met de omstandigheden eigen aan de zaak. Omstandigheden eigen aan de zaak kunnen zijn het goed functioneren, een onberispelijke loopbaan, een andere functie verlaten voor een nieuwe functie, een crisissituatie enzv...
Indien de werkgever ervoor opteert om de bediende de opzeggingstermijn niet te laten presteren of een te korte opzegginstermijn laat presteren, zal de bediende recht hebben op een opzeggingsvergoeding dan wel een bijkomende opzeggingsvergoeding. De opzeggingsvergoeding komt in dat geval overeen met de opzeggingstermijn waarop men recht had, dan wel het saldo ervan. Wanneer de werknemer bijvoorbeeld recht had op een opzeggingstermijn van 5 maanden maar de werkgever wenst hem enkel het wettelijke minimum van 3 maanden uit te betalen heeft de werknemer recht op een bijkomende opzeggingsvergoeding van 2 maanden.
Hoe het basisjaarloon berekend wordt die dient als basis voor de berekening van de opzeggingstermijn/vergoeding wordt in een volgend blogbericht op teruggekomen.
